Arthur Wevers
Bittergarnituur in de pers


'Wat kun je dan nog doen om als dichter in 2009 vernieuwend te zijn? Een roman in sonnetten! [...] Bittergarnituur is realistisch tot op het bot, met pulpachtige porno (Ik voelde dat mijn lul in Wendy Schmidts / kletsnette kale geile kut verdween) gevolgd door gefilosofeer van de nog doorneukende hoofdpersoon (Ik dacht: in wezen paren we alleen / omdat we zin hebben om te paren / en niet omdat er in die bezigheid / een doel besloten ligt), flarden voetbalverslagen (uit dit seizoen, Stevens nog coach bij PSV!), Thomas Rosenbooms romantheorie over "het strevende personage" alsook moderne jonge vrouwen die neuken niet als "iets intiems of ingewikkelds" zien. [...] Omdat Wevers een hoog tempo hanteert en op handige wijze het platvloerse (de porno, de bitterballen, het verraad) laat overvloeien in het verhevene (liefde, werkelijkheid, fictie) is Bittergarnituur van begin tot eind onderhoudend. [...] Je leest het in één adem en niet zelden schaterlachend uit, wat je eigenlijk nooit van dichtbundels kunt (of mag!) zeggen. Dat moet wel vernieuwend zijn.' Victor Schiferli in Het Parool

'En hele stukken van het boek zijn ongelooflijk geouwehoer, vooral in de passages waar de verteller zijn eigen klunzigheid thematiseert: "Mijn excuses… Ik vrees, eerlijk gezegd, / dat ik in het hierboven staande deel / toch niet echt duidelijk heb uitgelegd / wat ik nou bedoel. Nog maar eens een keer". Als er moet worden verteld over een gratis proefles salsadansen, begint het hoofdstuk zo: "Ik heb geen zin in dit deel van mijn verhaal. / Ik ros het er maar even snel doorheen." Dit soort passages zijn het allerleukste aan het boek, dat niet gaat over het verhaaltje dat het vertelt, maar dat gaat over de poging een verhaal te maken van een onbeduidend en oninteressant leven. Daarom wordt het verhaal verteld in sonnetten: om door middel van de vorm te visualiseren hoe wij allemaal vorm proberen aan te brengen in ons vormeloos bestaan. En daarom is Bittergarnituur niet alleen vermakelijk, maar ook intelligent en bijzonder.' Ilja Leonard Pfeijffer in NRC Handelsblad

'Zelf ben ik meer een frikandellenman, maar de manier waarop Arthur Wevers zijn bitterballen weet te serveren, is ronduit smakelijk.' P.F. Thomése

'Ik heb ervan genoten.' Gerrit Komrij

'Laat ik het maar meteen zeggen: ik heb heel veel plezier beleefd aan Bittergarnituur van Arthur Wevers. Ik moet zelfs meer zeggen: Bittergarnituur van Arthur Wevers stelt mijn leesattitude fundamenteel ter discussie. [...] Wevers schetst niet alleen een bepaald losbandig en vrij illusieloos pomosfeertje, hij verricht niets minder dan een diepgaand en ingrijpend onderzoek naar de bestaansmogelijkheid van de roman daarin. En hij doet dat op een creatieve, oorspronkelijke, uitdagende manier: zijn roman-in-verzen vormt een antwoord op de vraag hoe je dan eventueel wél nog een roman zou kunnen schrijven. Wevers bereikt dit resultaat niet door wat hij in zijn roman-in-verzen vertelt maar doordat het een roman-in-verzen is. [...] Is het alleen maar een vorm, wel, 't is een plezierige vorm. En Arthur Wevers, de schrijver, haalt werkelijk álles uit de kast om ons te vermaken. Virtuoos frituurt hij zijn verhaal in dat ironische keurslijf van witregelloze sonnetten. [...] Bittergarnituur is echt een hilárisch boek. [...] Om maar te zeggen dat ik mij danig geamuseerd heb bij deze roman-in-verzen. Niet alleen de verleidelijke paneerkorst heeft me gesmaakt maar ook de explosieve smurrie binnen in de bitterbal. Meteen is ook de expliciet door Wevers, de schrijver, gestelde vraag positief beantwoord: "of men nog poëzie / uit moest blijven geven". Hij maakt waar wat hij zelf heeft aangekondigd -- "Poëzie moet worden gemaakt uit taal, / niet op grond van gezeik met een idee." -- en hij mag dus, a fortiori omdat hij met een zeer geslaagd experiment is van start gegaan -- blijven.' Pascal Cornet in Poëziekrant

'Als je het allemaal eens rustig bekijkt geeft dit hoogst amusante en ingenieuze verzenboek langs een omweg een satirische visie op het eeuwige vorm-en-inhoud-debat dat de literatuur tot op de dag van vandaag teistert. Is het mogelijk een roman te schrijven die niet blijft steken in de bekende clichés over de werkelijkheid waar de meeste romans het van moeten hebben? Wevers schreef een hilarisch en tegelijk interessant antwoord op deze vraag.' Kees 't Hart in De Groene Amsterdammer

'Je kunt op deze roman een spervuur van complimenten afvuren, met typeringen als opvallend, virtuoos, lekker geschreven en veelbelovend. En dat is het ook allemaal. Je houdt pagina na pagina je adem in of het wel goed gaat, of het niet ergens stroef begint te klinken, maar nee. / Alleen overheerst uiteindelijk het gevoel dat deze schrijver veel kan, maar nog veel meer te bewijzen heeft. Het blijft knagen dat hij zoveel technisch vernuft op zo'n lege geschiedenis loslaat. Alsof Rafael Nadal tegen een muurtje staat te tennissen. Wat kan Wevers als het er echt om spant?' Bas Belleman in Trouw

'Een verhaaltje zo dun als een fotomodel, maar desalniettemin een sterk boek. Dit is vooreerst te danken aan die aparte vorm, die de inhoudelijke leegte in een strak en ingenieus kleedje stopt, en hiermee het boek een bonus verschaft die menige klassieke roman ontbeert.' Philip Hoorne in Knack

'Arthur Wevers durft het experiment aan in zijn debuut. [...] een kunststukje van jewelste.' De Gooi- en Eemlander

'Een roman geheel op rijm. Je moet het maar klaarspelen. Arthur Wevers doet het.' De Standaard

'Als Wevers iets doet in dit boek, dan is het wel twijfel zaaien. En zo raak je bij iedere herlezing verder vast in het postmoderne moeras dat hij met Bittergarnituur geschapen heeft. Je moet dan ook concluderen dat de auteur zijn doel bereikt heeft: vorm en boodschap zijn één geworden. Hij heeft niet een verhaal bedacht en dat op rijm verteld, zoals Poesjkin, Seth en anderen dat hebben gedaan, hij heeft van de rijmvorm een deel van het verhaal gemaakt. Daarbij heeft hij de ranzig-hilarisch-onzinnige inhoud, het eigenlijke verhaal, gereduceerd tot franje, een vormelement. Zo'n omdraaiing uitdenken en uitvoeren, dat vereist vakmanschap. / Maar is het ook leuk? Bittergarnituur is een knap gemaakt mengsel van kunst met een grote K en ranzigheid. Typisch iets waar recensenten van houden. Of de gewone lezer het ook waardeert, dat is afwachten.' Bouke Vlierhuis in Meander Magazine

'Een errug goed boek [...] maar wel een beetje een zwart boek. Zware kost toch wel.' Jan Schenk van Hospital Bombers

'Knap gedaan en lekker smerig en smeuïg, bijna ugly.' Erik Bindervoet

'Highly intelligent coffee table pornography.' Subbacultcha Magazine

'Wevers combineert boerse platheid met verheven ideeën en trekt alle registers van het humor-orgel open. Dat heeft een hilarisch effect, ook omdat de metrische en rijmende sonnetten nu eens zeer vaardig en inventief dan weer baldadig Sinterklaasachtig zijn. De gedachte aan een mystificatie dringt zich op, zeker omdat er ook wordt afgerekend met collega-auteurs en het boek ook een satire over de uitgeverswereld lijkt. Wie de virtuoze en erg plastische beschrijving van de lichamelijke liefde schuwt, moet dit boek niet lezen. Wie de combinatie van Reves verhevenheid en Wolkers' erotiek met Ilja Leonard Pfeijffers platheid (Bagger) kan waarderen, zal dit boek schaterlachend lezen.' Drs. Cees van der Pluijm in NBD/Biblion

'Met Bittergarnituur slecht Wevers de grens tussen gedicht en roman, maar hij doet dit op een zeer luchtige en vrolijke wijze, wat de aandacht afleidt van het literaire vernuft dat er plaatsvindt. [...] de 272 pagina's poëzie [zijn] zo sterk dat ze ook de buitenstaander op poëziegebied zullen enthousiasmeren!' Boekenkrant

'Ontzettend clichématig [...] De banaliteiten slaan je om de oren [...]' Dafne Jansen in 8 Weekly

'Arthur Wevers is een beetje saai.' 3voor12 Amsterdam

'Zo, lieve lezer, [...] bitterballen die uiterst weinig met poëzie te maken hebben. [...] chicklitterige kletsklontjes [...] zogenaamd filosofische overwegingen over schrijven [...] platte, misogyne porno [...] nogal vervelend [...] heel erg gemaakt, tamelijk grof en plat [...] bepaald niet poëtisch.' Dr. Fabian R.W. Stolk in In Den Vroolijken Hermeneut. Blogspot