Arthur Wevers
Orgaanvlees #2

Je schuifelt als een schunnige sloerie op schuim
en je kunt wel pront met je prammetjes protsen,
je verlokkende lipjes verpruilen tot pruim
en hups de hammen van je hoempertje hotsen

zodat je de lullen met een zwenk van je luim
doet kloenen tot knoestige knoeperds van knotsen,
laat druipen van de klodders voorvochtige fluim
en prangt tot de drang je grot bronstig te botsenó

maar op een dag zullen je tetten gaan lellen,
zal je zompige schede verzuren tot bom
en zal je bekoorlijke krentje verdrellen,
en dan kijkt er nooit een blitse bonker meer om
en laat je geen enkele zwengel meer zwellen,
want dan ben je alleen nog maar lelijk en dom.